Ik zit weer in het vliegtuig terug naar Atlanta. De afgelopen twee weken was ik op bezoek in Nederland, al dan in het ‘nieuwe normaal’. Tien dagen in quarantaine en altijd 1,5 meter afstand houden. Veel meer dan spelletjes, sporten en wandelen hebben we dus niet gedaan.
Toen ik in Atlanta wegging, moest ik eerst door de aardig drukke, binnenlandse terminal. Vanuit daar vertrekt een bus naar de internationale terminal. De bus is leeg, met mij als enige passagier. Dat belooft wat. Ik loop de internationale terminal in en er is, buiten het personeel achter de check-in balies, niemand in de gehele terminal. Ik vraag me af of er überhaupt nog vluchten vertrekken. Bij de veiligheidscontrole kom ik welgeteld drie andere passagiers tegen en na vijf minuten sta ik bij de gate. De gate ligt er net zo uitgestorven bij. Gelukkig betekent dat dat ik een rij van stoelen voor mezelf heb in het vliegtuig. Slapen in het vliegtuig lukt helaas niet, dus dat wordt een lange dag. Het is trouwens niet aan te raden om een mondkapje te dragen gedurende twee uur op een vliegveld en dan nog eens acht uur in een vliegtuig, dan gaan je oren pijn doen. Mama en papa komen me ophalen op Schiphol en daarvoor moesten ze ook vroeg opstaan, dus gelukkig kunnen we die avond op tijd naar bed.

De eerste tien dagen moeten we in quarantaine. Ik heb in het vliegtuig goed afstand kunnen houden, maar voor de zekerheid (en volgens de regels) doen we het toch maar. Ik heb voor Sil een bordspel meegenomen, genaamd ‘het zevende continent’. Het bordspel gaat over een ontdekkingsreis op een nieuw continent en heeft bij ons voor meerdere uren en dagen voor spelplezier gezorgd. Ook moet ik nog af en toe colleges volgen op afstand. Door het tijdsverschil zijn die om acht uur ’s avonds. Het is leuk om weer thuis te zijn en gewoon Nederlands te kunnen praten met iedereen.

Het is wel gek om te zien dat het leven hier ook flink is veranderd door corona. Ik ben natuurlijk niet meer in Nederland geweest sinds de uitbraak en het voelt dan toch surrealistisch om mensen met mondkapjes op in je oude supermarkt te zien. Een aantal verschillen met Amerika die me zijn opgevallen. In Amerika is alles nog open: restaurants, bioscopen, musea, dierentuinen en pretparken. Je moet overal natuurlijk afstand houden en een mondkapje op. Over mondkapjes gesproken. Als ik in Nederland rondkijk op straat dan heeft de uitzondering een mondkapje op. In Amerika is het precies omgekeerd; je kijkt raar op als iemand geen mondkapje draagt op straat. Brooke en ik hebben zelfs een mondkapje op als wij bij vrienden op bezoek gaan.

Verder, ik heb mijn master diploma’s opgehaald op de universiteit. Nu ben ik officieel master of science. Terwijl ik niet in Atlanta ben, is de moeder van Brooke op bezoek geweest. Zij heeft ons nieuwe appartement ook nog nooit gezien en zo kan ze meteen Brooke gezelschap houden. En binnenkort Sinterklaas, dat gaan wij ook vieren in Amerika! De helft van mijn koffer heeft mama volgestopt met cadeautjes (nog duimen dat dit door de douane komt). Ik heb dan weer wat cadeautjes in Nederland achtergelaten.